Antwoord op vragen art. 33 Controle agrarische vergunningaanvragen

Recent ontvingen wij de antwoorden op onze vragen over mogelijke incomplete onderzoeken bij de aanvragen van agrarische vergunningen. Dit naar aanleiding van een krantenartikel in december 2017.

Op 16 september 2017 publiceerde De Limburger op de voorpagina (editie Roermond) een klein artikel dat begon met: "Door gebrek aan kennis en tijd kijken plattelandsgemeenten te weinig kritisch naar adviezen van agrarische bureaus die boeren bijstaan. Het gevolg: het risico dat boeren te makkelijk een vergunning krijgen is groot. En dus ook dat de overlast voor omwonenden bij uitbreiding door boeren groter is dan iedereen denkt. Dat stellen plattelandsgemeenten en deskundigen."

In het grote artikel (editie Roermond, regiokatern) wordt gedeputeerde Prevoo als volgt geciteerd: "Het hele systeem is ingericht op het snel en efficiënt verlenen van een vergunning. De ambtenaren die de aanvragen moeten toetsen zijn vaak onvoldoende gekwalificeerd. Bovendien wordt hen vaak te weinig tijd gegund om het goed te beoordelen. Als omwonende die te maken krijgt met overlast van een agrarisch bedrijf sta je met 1-0 achter."

Beide artikelen baren ons grote zorgen. GroenLinks is zeer kritisch ten aanzien van de uitbreiding van de varkenshouderijen aan de Veestraat 1 (Maria Hoop) en de Kerkstraat 10 (Koningsbosch). Besluitvorming in het college dan wel in de raad vindt plaats op basis van onderzoeken. Deze onderzoeken worden door een bureau uitgevoerd in opdracht van de veehouder. Met andere woorden: de veehouder bepaalt welk bureau dat onderzoek moet doen en hoeveel euro dat mag kosten. Milieu-adviseur Caspar den Hartog van De Roever Omgevingsadvies wordt als volgt geciteerd: "Het begint ook bij de agrariër die de opdracht voor het advies geeft. Als die niet meer dan duizend euro aan een geluidsrapport wil uitgeven dan kun je niet verwachten dat er een rapport van de hoogste kwaliteit uitrolt."

We kregen antwoord op de volgende vragen:

Vraag 1a: Herkent u zich in het beeld dat door De Limburger wordt geschetst, namelijk dat er bewust of onbewust fouten in onderzoeken ten behoeve van agrarische vergunningaanvragen staan dan wel dat onderzoeken, al dan niet met opzet, onvolledig zijn?

Antwoord: Nee, we herkennen ons niet in het geschetste beeld. Alle aanvragen inclusief bijbehorende onderzoeken worden getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Bij onduidelijkheden of ontbrekende gegevens in onderzoeken vragen wij om aanvullende gegevens.

Vraag 1 b: Zo ja, hoe vaak heeft u dit al meegemaakt in Echt-Susteren?

Antwoord: Zie 1a.

Vraag 1c: Betreft het vaak dezelfde adviesbureaus ten aanzien foutieve dan wel onvolledige informatie? Welke adviesbureaus vallen dan op? Als het college laatstgenoemde informatie niet wil verschaffen, op welk wetsartikel baseert het college zich daarbij?

Antwoord: Zoals onder 1a vermeld herkennen we ons niet het beeld en hebben derhalve geen ervaring met adviesbureaus die met opzet foutieve of onvolledige informatie verstrekken.

Vraag 1d: Zijn er sancties op het vermelden van onjuiste gegevens in vergunningaanvragen? Zo ja, in hoeveel gevallen zijn er sancties toegepast?

Antwoord: Er zijn geen sancties. Als er sprake is van een aanvraag met foutieve dan wel onvolledige informatie wordt deze formeel niet in behandeling genomen.

Vraag 2a: Herkent u zich in het citaat van gedeputeerde Prevoo dat ambtenaren te weinig tijd hebben en/of onvoldoende gekwalificeerd zijn om zulke onderzoeken te beoordelen?

Antwoord: Nee, we herkennen ons niet in het citaat. Voor elke aanvraag wordt de tijd genomen die ervoor nodig is om deze goed te kunnen beoordelen. Onder meer door de samenwerking binnen de gemeenschappelijke regeling MER hebben wij naast een vergunningverlener milieu, specialisten die specifieke onderzoeken (bijvoorbeeld bodem of geluid) beoordelen. Indien noodzakelijk wordt er gespard met een collega.

Vraag 2b: Zo ja, hoe lost u dit probleem intern op?

Antwoord: Zie 2a.

Vraag 2c: Is de aangeboden hulp van gedeputeerde Prevoo, om provinciale ambtenaren te laten controleren, een optie?

Antwoord: Binnen de MER Omgevingsdienst wordt intensief aandacht besteed aan en geïnvesteerd in het kennisniveau van de medewerkers. Daar waar de MER Omgevingsdienst zeer specialistische kennis niet in huis heeft wordt gebruik gemaakt van de kennis die binnen de RUD Limburg Noord beschikbaar is en als ook daar de benodigde kennis niet aanwezig is wordt deze bij marktpartijen/bureaus ingehuurd.

Vraag 2d: Welke rol speelt de RUD of kan die spelen in de toekomst om de tijdsdruk te verlagen en/of de kwalificaties van de ambtenaren te verhogen?

Antwoord: Zie 2c.

Vraag 3: GroenLinks is van mening dat omwonenden van intensieve veehouderijen niet de dupe mogen worden van foutieve en/of onvolledige onderzoeken waarop het verlenen van een agrarische vergunning wordt gebaseerd. Deelt het college deze mening?

Antwoord: Ja, deze mening delen we.

Vraag 4a: Los van de genoemde krantenartikelen bereiken ons klachten dat luchtwassers bij intensieve veehouderijen 's nachts worden uitgezet of dat enkelen worden uitgezet dan wel op een lagere stand worden gezet om bijvoorbeeld water en energie te besparen. Het gevolg is stankoverlast voor de omwonenden. Zijn klachten omtrent deze typische nachtelijke stankoverlast bekend bij het college?

Antwoord: Naar aanleiding van de vraag is uitgebreid in het postregistratiesysteem gekeken of er geen klachten/meldingen over het uitzetten van luchtwassers zijn ingediend. Dit blijkt niet het geval.

Vraag 4b: Op welke wijze kunnen omwonenden deze klachten anoniem kenbaar maken? Kan men ook 's nachts een melding maken aan een dienst of persoon die 24/7 persoonlijk bereikbaar is?

Antwoord: Ja, via het meldpunt van de gemeente op de website (melden bij de gemeente, overige meldingen). Hier kan men aangeven anoniem te willen blijven. Buiten kantoortijden kunnen er klachten over geur en geluid die niet kunnen wachten tot de volgende werkdag, gemeld worden via de milieuklachtentelefoon Limburg op het telefoonnummer 0591-200357. Zie ook https://www.echt-susteren.nl/spoed .

Vraag 4c: Op welke wijze gaat het college te werk na zo'n melding? Zijn er logboeken of andere vormen van registratie op een veehouderij met luchtwassers?

Antwoord: De klacht wordt in behandeling genomen. Afhankelijk van de soort en aard van de klacht wordt vervolgens een passend plan van aanpak opgesteld en uitgevoerd.

Vraag 4d: Is het college bereid om ook 's nachts (onaangekondigd) metingen te laten doen indien de in vraag 4a genoemde klachten plausibel zijn? Heeft de gemeente de kennis en apparatuur in huis om stankoverlast te kunnen meten? Zo nee, hoe kunt u dan toch accuraat inspelen op zulke klachten, mochten die u bereiken?

Antwoord: Zie 4a. Indien geurcontroles moeten worden uitgevoerd, gebeurt dit door erkende, onafhankelijke bedrijven.

Vraag 4e: Met welke regelmaat worden de luchtwassers periodiek gecontroleerd op werking en geluid? Wie voert deze controles uit? Zijn deze rapporten openbaar?

Antwoord: Jaarlijks, alternerend het ene jaar fysiek en het andere jaar middels een (administratieve) milieuaudit, een en ander conform de risicoanalyse milieutoezicht en het bestuurlijk vastgestelde Uitvoeringsprogramma van de MER Omgevingsdienst. Controles worden uitgevoerd door gespecialiseerde toezichthouders en deze stellen rapporten op. Deze zijn openbaar.