Dossier berging Short Stirling W7630

In november 2014 neemt het College van B&W Echt-Susteren het besluit om de gecrashte Short Stirling W7630 bij abdij Lilbosch niet te bergen. Deze Engelse bommenwerper is op 10 september 1942 aangeschoten en neergestort. Na het collegebesluit van eind 2014 is er veel nieuwe informatie verzameld, zowel lokaal als landelijk, waardoor GroenLinks Echt-Susteren het noodzakelijk vindt om alles eens chronologisch op een rijtje te zetten, inclusief de diverse rapporten, een documentaire en een powerpoint.

 

(U kunt op de onderstreepte woorden klikken om naar het betreffende document, de powerpoint of de documentaire te gaan)

De laatste vlucht van bommenwerper Stirling W7630:

Short Stirling W7630 MG-M, crashte in de late avond van 10-9-1942 bij Abdij Lilbosch in Echt-Susteren. Het lukte de ervaren en gedreven 1st. piloot F/Lt. Ron Barr DFC & Bar dit keer niet zijn crew veilig thuis te brengen. Tweemaal werd het toestel door Flak aangeschoten nog voordat Düsseldorf werd bereikt. Onder de bommenlast bevinden zich zes duizendponders. Op de terugweg naar thuisbasis Oakington wordt de beschadigde Stirling vervolgens door een Duitse nachtjager neergehaald. Er is een reële mogelijkheid dat de afwerpmunitie niet in zijn geheel is afgeworpen voordat het vliegtuig zich in de grond boort. Het lot van de crew: 2 bemanningsleden KIA,1 POW, 1 EVD en 4 MIA.

  • KIA (Killed In Action): Flt/Lt. R. Barr en P/O E.R.M. Runnacles, beiden begraven op begraafplaats "Jonkerbos" te Nijmegen.
  • POW (Prisoner Of War): P/O E.H. Cook springt met parachute uit het vliegtuig en wordt door de Duitsers krijgsgevangen gemaakt.
  • EVD (Evaded): P/O P.G. Freberg springt met parachute uit het vliegtuig en blijft uit handen van de Duitsers. Hij weet met hulp van het verzet terug te keren naar Engeland maar komt in 1943 om tijdens een andere fatale vlucht.
  • MIA (Missing In Action): P/O I.D. Fountain, Sgt. M.S. Pepper, Sgt. P.B. Price en Sgt. J. Greenwood zijn sinds de fatale vlucht van de Stirling W7630 vermist.

 

Voorafgaand aan het collegebesluit in november 2014:

22 maart 2013: de burgemeester gaat in op het aanbod van Stafofficier Vliegtuigberging, de heer Kappert, om geheel vrijblijvend en kosteloos een vooronderzoek te verrichten. In het rapport dat dan volgt luidt de opdracht aan Majoor A.L. Kappert, Stafofficier Vliegtuigberging Koninklijke Luchtmacht als volgt:

  • Een rapport op te maken om de opdrachtgever inzage te verschaffen in de beschikbare informatie en de onderzoekswerkzaamheden naar het WOII-vliegtuigwrak.
  • Aan de hand van feitenmateriaal uit archieven, beeldmateriaal en mogelijke vluchtgegevens, zal aan de opdrachtgever - voor het vastgestelde gebied - een (bergings)advies worden verstrekt. In de rapportage zal daar waar mogelijk nader worden ingaan op de aanwezigheid van:
    • Conventionele explosieven, type, hoeveelheid en verschijningsvorm;
    • Aanwezigheid van stoffelijke resten van de bemanning;
    • Milieutechnische en eventuele archeologische aspecten.

19 december 2013: Na zijn onderzoek rapporteert Majoor Kappert de volgende aanbevelingen:

  • a. Mogelijk bevindt zich op de crashlocatie nog een deel van de afwerpmunitie. Ook wordt het niet uitgesloten dat er op de locatie nog stoffelijke resten aanwezig zijn van de, tot op heden nog steeds, vermiste bemanningsleden. Gezien deze twee feiten wordt er voor de locatie een positief bergingsadvies afgegeven.
  • b. De gemeente wordt geadviseerd om op de locatie een milieukundig- en afbakeningsonderzoek te laten uitvoeren door een gecertificeerd WSCS-OCE bedrijf. Dit onderzoek kan een bruikbaar middel zijn om de uiteindelijke bergingskosten inzichtelijk te maken.
  • c. De bergingsdiensten van het ministerie van Defensie worden bij de berging van het vliegtuigwrak, door civieltechnische bedrijven ondersteund. De civiele bedrijven die hiervoor gecertificeerd zijn voldoen aan de Werkspecifiek Certificeringschema Opsporing Conventionele Explosieven (WSCS-OCE), referte D. Voor meer informatie zie de website van de Vereniging voor Explosieven Opsporing (VEO): http://www.explosievenopsporing.nl/.
  • d. Wanneer de gemeente besluit om over te gaan tot berging van het vliegtuigwrak kan zij wellicht in aanmerking komen voor een bijdrageregeling, referte B. Deze dient voorafgaand aan de werkzaamheden via het gemeentefonds te worden aangevraagd. De criteria voor het al dan niet bergen van een WOII-vliegtuigwrak zijn nader uiteengezet in referte A.

(Noot GroenLinks: in Bijlage 8 en 9 van het rapport bevestigt Majoor Kappert de aanwezigheid van een vliegtuigwrak uit de Tweede Wereldoorlog)

 

Het college wil vervolgens weten wat de berging zal gaan kosten en geeft aan Cees van den Akker Advies de opdracht een kostenraming uit te voeren. De opdracht luidt:

Door de gemeente Echt-Susteren is aan Cees van den Akker Advies verzocht een kostenraming op te stellen t.b.v. krediet vaststelling voor het uitvoeren van bergingswerkzaamheden van een neergekomen bommenwerper Short Stirling, te Echt. De exacte locatie van de wrakdelen, stoffelijke resten en niet gesprongen conventionele explosieven moet door het uitvoeren van een veldwerkvooronderzoek vastgesteld worden. Tevens zal nog een onderzoek naar mogelijke bodemverontreiniging uitgevoerd dienen te worden. Een gespecificeerde kostenraming is door het ontbreken van deze gegevens nog niet te maken. Deze kostenraming is opgesteld op basis van hoofdonderdelen van de uit te voeren werkzaamheden en stelposten. Op basis van de momenteel voorhanden gegevens is dit een raming van de maximaal te verwachten bergingskosten (worst case scenario).

8 april 2014: Na zijn onderzoek rapporteert Cees van de Akker Advies het volgende bedrag (worst case scenario):

  • €617.100,- inclusief BTW. (Noot GroenLinks: in die tijd vergoedt het Rijk 70% van de kosten, dus 30% zou voor rekening komen van de gemeente Echt-Susteren).

 

Het college besluit vervolgens om de veiligheidsrisico's bij het bewerken van de betreffende akker in kaart te laten brengen. Het college geeft aan Cees van den Akker Advies de opdracht een risicoanalyse uit te voeren:

  • Het doel van de risicoanalyse, is het gegrond uitbrengen van een advies aan het bevoegd gezag voor de te nemen maatregelen met betrekking tot de aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven in relatie met het gebruik van het gebied "crashlocatie Short Stirling" als landbouwgrond. (Noot GroenLinks: het college geeft geen opdracht om de mogelijke risico's voor de omwonenden en de omgeving in kaart te brengen).

15 september 2014: Na zijn onderzoek rapporteert Cees van den Akker Advies het volgende advies:

  • Werkzaamheden t.b.v. regulier gebruik van de grond als bouwland levert geen extra risico met betrekking tot mogelijk aanwezige aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven, onder voorwaarde dat de grondbewerkingen zich beperken tot max. 0,50 m1 min huidige maaiveld.

 

18 november 2014: Het college besluit om niet tot berging over te gaan en informeert de Raad middels Raadsinformatiebrief (RIB) BBV. nr. 391217. De redenen om niet te bergen worden als volgt samengevat:
Naar aanleiding van het historisch Onderzoek WOll-vliegtuigwraklocatie wordt door de Stafofficier Vliegtuigberging van het Ministerie van Defensie een positief bergingsadvies afgegeven. Vervolgens is een risicoanalyse gemaakt. De uitkomst van deze risicoanalyse is dat werkzaamheden ten behoeve van regulier gebruik van de grond als bouwland geen extra risico zal opleveren met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven. Gezien dit gegeven en de aanzienlijke financiële gevolgen die het bergen van het vliegtuigwrak met zich mee zal brengen hebben wij besloten dat niet wordt overgegaan tot het bergen van het vliegtuigwrak.

 

26 november 2014: De burgemeester brengt de eigenaar van de betreffende akker, Vader Abt van abdij Lilbosch, per brief op de hoogte van het collegebesluit, zoals verwoord in RIB nr. 391217:

  • Het daadwerkelijk bergen van het vliegtuigwrak, door een daartoe gespecialiseerd bedrijf, zal aanzienlijke financiële gevolgen hebben voor de gemeente Echt-Susteren. Omdat deze financiële middelen niet beschikbaar zijn zal het vliegtuig niet geborgen worden.
  • In het kader van de openbare orde en veiligheid wil ik naast de wettelijke beperkingen een dringend beroep op u doen de grondbewerkingen op de betreffende locatie te beperken tot maximaal 0,50 meter onder het huidige maaiveld.

 

Na het collegebesluit in november 2014:

Stichting Berging Stirling W7630 (begin 2015 opgericht) geeft aan Antoon Meijers (Historisch) Vooronderzoek & OCE-­werkzaamheden de opdracht voor twee risicoanalyses, namelijk een ten aanzien van brisantbommen (waar duizendponders onder vallen, die zich mogelijk nog op de crashplaats bevinden) en een voor conventionele explosieven afkomstig van grondgevechten. Kapitein bd. Antoon Meijers is Senior OCE-expert. OCE staat voor Opsporen Conventionele Explosieven.

2 juni 2015: Na zijn onderzoek rapporteert Antoon Meijers het volgende advies t.a.v. de brisantbommen:

  • Er bevinden zich mogelijk minimaal drie Britse brisantbommen General Purpose (GP) van 1000lb. op de crashplaats.
  • Omdat er niet meer is vast te stellen of er lange vertragingontstekers (staartpistool No. 37) zijn gebruikt op de brisantbommen van 1000 lb. van de Short Stirling W7630 moet men uitgaan van aanwezigheid van deze ontstekers en is er mogelijk kans op een spontane detonatie van een of meerdere brisantbommen van 1000 lb. zonder dat externe beïnvloeding van buitenaf plaatsvindt. Hierdoor kan ernstig of dodelijk lichamelijk letsel aan personen of levende have ontstaan. De materiële schade in de omgeving kan omvangrijk zijn. Naast materiele schade aan infrastructuur bestaat kans op schade aan het brongebied van de Pepinusbeek. Derhalve is een opsporing naar CE in de vorm van Britse brisantbommen van 1000 lb. aan te bevelen.

2 juni 2015: Na zijn onderzoek rapporteert Antoon Meijers het volgende advies t.a.v. de conventionele explosieven:

  • Laat binnen het gebied van de vliegtuigwraklocatie een oppervlaktedetectie uitvoeren om vast te stellen of in de bovenste grondlagen nog metaalverstoringen aanwezig zijn die overeenkomen met de signatuur van conventionele explosieven, waaronder CE zoals verwoord in de tabel.
  • Ter plaatse van de vliegtuigwraklocatie kan de grote metaalverstoring op 2,91 meter onder het huidige maaiveld mogelijk verstoringen geven bij deze detectie.
  • Om vast te stellen of significante uitslagen daadwerkelijk conventionele explosieven zijn kan alleen door het benaderen en identificeren van deze metaalverstoringen. Door het laten uitvoeren van een complete opsporing (detecteren, lokaliseren, benaderen, identificeren, tijdelijk veiligstellen en overdracht aan de Explosieven Opruimingsdienst Defensie) kan een veilige (agrarische werk-)omgeving worden gecreëerd.
  • Tevens is het van belang om bij een eventuele berging van het vliegtuigwrak rekening te houden met CE in de bovenlaag afkomstig van de gevechtshandelingen in januari 1945.

 

22 januari 2016: naar aanleiding van de bevindingen van Antoon Meijers t.a.v. de duizendponders organiseert Stichting Berging Stirling W7630 een informatiebijeenkomst over de veiligheidsrisico’s voor omwonenden van de crashplaats. Na de powerpointpresentatie beantwoorden explosievendeskundigen John Blokvoort en Antoon Meijers alle vragen van de omwonenden en andere geïnteresseerden. Conclusie volgens de twee explosievendeskundigen: de mogelijk aanwezige drie duizendponders op de crashplaats van Stirling W7630 kunnen spontaan ontploffen en die kans wordt groter naarmate de jaren verstrijken. Ook de provinciale zender L1 besteedt aandacht aan deze informatiebijeenkomst.

 

23 en 24 september 2017: op zaterdag 23 september bezoeken nabestaanden de crashplaats waarbij Fiona Pring (kleindochter van Captain Barr KIA) en Martin Runnacles (neef van KIA P/O Runnacles, bommenrichter) worden geïnterviewd door de filmploeg van de documentaire Liever dood dan vermist waarbij ze beiden een oproep doen voor berging. Ook later op de dag, bij de jaarlijkse ceremonie door Stichting op Vleugels der Vrijheid bij het herdenkingsteken van de Stirling crew op Bos en Broek en bij de boekuitreiking ERESCHULD? De laatste vlucht van Stirling W7630 MG-M, doet Martin tijdens zijn speech telkens een oproep voor berging. Op zondag 24 september is de jaarlijkse herdenking bij het hoofdmonument voor gevallen vliegers bij abdij Lilbosch. De nabestaanden worden door M. Jennissen (voorzitter Stichting Berging Stirling W7630) voorgesteld aan burgemeester Hessels. Martin Runnacles pleit in zijn speech wederom voor berging van de Stirling, evenals Theresa Duggan (nicht van P/O Runnacles) tijdens een interview door LOES tv.

 

15 januari 2018: VPRO zendt op NPO2 de documentaire Liever dood dan vermist uit. De gecrashte Stirling bij abdij Lilbosch speelt een prominente rol in deze docu. Landelijke politieke partijen stellen n.a.v. deze documentaire schriftelijke vragen aan minister Ollongren van Binnenlandse Zaken. Naast de schriftelijke beantwoording reageert zij in februari 2018 in een debat en doet enkele belangrijke uitspraken:

  • ‘wij hechten eraan te benadrukken dat een gemeentebestuur een eventueel verzoek van nabestaanden tot berging zwaar mee zou moeten laten wegen’.
  • ‘Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met veiligheidsaspecten’.
  • ‘omgekomen militairen verdienen een respectvolle laatste rustplaats’.
  • 'Wij beseffen dat er zich desondanks situaties kunnen voordoen waarin de financiering van de berging van een vliegtuigwrak uit de Tweede Wereldoorlog met daarin (vermoedelijk) stoffelijke resten een obstakel vormt. In die gevallen zal het Rijk binnen de financieringsregeling van het gemeentefonds een eventueel verzoek tot een aanvullende bijdrage welwillend bezien'.

De landelijke politieke coalitiepartijen VVD, CDA en CU bereiden vervolgens een motie voor om de berging van 30 tot 50 gecrashte oorlogsvliegtuigen, waarbij een grote kans is op het vinden van vermiste vliegers, volledig met Rijksgelden te financieren. De bergingen zouden dan verspreidt worden over ca. 10 jaren. De Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO) is betrokken bij het samenstellen van de lijst vliegtuigwrakken.

 

Mei 2018: nabestaanden/familieleden en een veteraan dienen voor de tweede maal bergingsverzoeken in bij de gemeente Echt-Susteren, voor:

  1. Vermiste P/O Maurice Pepper DFM, boordwerktuigkundige W7630, door nabestaanden (nicht Rebecca Dutton);
  2. Vermiste Sgt Peter Price, staartschutter W7630, door nabestaanden (de zoon van Peter Price, ook Peter Price genaamd, leeft nog);
  3. Vermiste P/O Irwin Fountain, 2e piloot Stirling W7630 door betrokken oorlogsveteraan/Stirling navigator F/Lt M. Low (helaas in augustus 2018 overleden);
  4. De crew van Stirling W7630, door nabestaanden van de 1e piloot van de Stirling;
  5. De crew van Stirling W7630, door nabestaanden van de bommenrichter van de Stirling.

1. Vermiste P/O Maurice Pepper DFM: door zijn nicht Mevr. R. Dutton. (Maurice was haar oom). De ouders van Maurice hadden 2 kinderen; zoon Maurice en dochter Patricia. Dochter Patricia (overleden) heeft twee dochters en een van deze dochters heeft namens de familie het bergingsverzoek geschreven. NB. De schoonvader (overleden) van mevr. Dutton is Airchief Marshal Sir Ruthven Wade. Het is dus voor de familie erg belangrijk want men vindt dat Maurice op een militaire oorlogsbegraafplaats thuis hoort, indien gevonden.

2. Vermiste Sgt Peter Price, staartschutter W7630: door schoonzus Mevr. A. Price, ook namens de zoon van Peter Price, ook Peter Price genaamd, die nog leeft. De schoonzus is de weduwe van Michael Price (in 2017 overleden) die een broer is van Peter. Zij is de contactpersoon van de familie en heeft ook namens de familie het bergingsverzoek geschreven omdat het voor zoon Peter Price erg emotioneel is.

3. Vermiste P/O Irwin Fountain, 2e piloot: door oorlogsveteraan/Stirling navigator F/Lt M. Low. Irwin’s familie is nog niet gevonden. De fatale dag 10-9-1942 was de laatste vlucht van Irwin als 2e piloot. Hij zou na deze nacht als 1e piloot /captain gaan vliegen met zijn eigen bemanning, die al was samengesteld. De navigator van deze bemanning is F/Lt M. Low.

4. De crew van Stirling W7630: door Mevr. P. Chamberlin-Barr, dochter en enigst kind van FL/l Ron Barr DFC&Bar, captain, gedood door de crash. Mevr. Chamberlin geeft aan dat haar vader altijd goed zorgde voor zijn crew en zijn uiterste best deed om hen veilig thuis te brengen. Captain Barr heeft veel vluchten gedaan met John Greenwood en Maurice Pepper, beiden vermist.  

5. De crew van Stirling W7630: door Mevr. T. Duggan (Ronnie Runnacles was haar oom), dochter van de oudste broer van P/O Ronnie Runnacles, bommenrichter, gedood door de crash.

Twee families (fam. Greenwood en fam. Fountain), van de in totaal vier vermiste vliegers, hebben geen bergingsverzoeken geschreven aangezien er met deze families nog geen contact is gevonden. Royal Air Force geeft geen adressen, dus die moeten zelf worden gezocht door particulieren en dat vergt soms jaren of lukt nooit. De provinciale krant De Limburger besteedt aandacht aan de bergingsverzoeken, zie afbeeldingen.

 

30 mei 2018: het provinciale mediakanaal 1Limburg besteedt aandacht aan het Nationale Bergingsprogramma en wat dit zou kunnen betekenen voor de Stirling in Echt. Ook de landelijke en provinciale dagbladen publiceren een paginagroot artikel over het Nationale Bergingsprogramma met heel veel aandacht voor de Stirling, zie afbeeldingen.

 

5 juli 2018: in de Tweede Kamer wordt gestemd over de motie van VVD, CDA en CU:

Minister Ollongren vindt het een sympathieke motie. Bijna unaniem wordt de motie door de Tweede Kamer aangenomen. Het nationale bergingsprogramma is een feit: 100% financiering door de overheid van de bergingskosten voor 30 tot 50 vliegtuigwrakken met vermiste vliegers. Ook de berging van Stirling W7630 zal 100% betaald worden door het Rijk.

 

27 september 2018: GroenLinks Echt-Susteren dient een motie in tijdens de raadsvergadering:

Het dictum van de motie luidt:

Verzoekt het college:

  • alle noodzakelijke stappen te ondernemen in het faciliteren van deze bergingsoperatie;
  • het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de andere betrokkenen van deze uitspraak van de raad op de hoogte te stellen.

Roept alle betrokkenen op volledige medewerking te verlenen aan deze berging.

De motie wordt vooraf door alle partijen ondersteund en in de raad unaniem aangenomen! Een dag later wijdt provinciaal dagblad De Limburger hier een artikel aan, zie afbeeldingen.